Paul LaViolette over 2012: De Galactische Supergolf
René 9 mei 2007,
Er zijn heel veel theorieën over 2012, en helaas zijn heel veel daarvan vaag, of weer gebaseerd op andere theorieën. Dat schept allemaal verwarring, en zorgt ervoor dat je door de bomen het bos niet meer ziet. Heel veel theorieën zijn gewoon verzonnen, of op zijn best afgeleid van andere theorieën, en de meeste zijn geheel niet onderbouwd met wat voor bewijs of aanwijzingen dan ook,en zijn geheel afkomstig uit channelingen. In dit artikel probeer ik dat te doorbreken, en jullie wat meer te vertellen over de theorie van een echte wetenschapper, Paul LaViolette, die niet alleen zeer interessant is, maar ook onbedoeld aan de wieg gestaan heeft van een aantal andere theorieën. De theorie van Paul LaViolette verklaart niet alleen wetenschappelijk wat er tot dusverre met de aarde gebeurd is en onderbouwt dat met bewijzen, maar geeft ook een concrete verwachting over wat ons in de nabije toekomst, en met name in 2012 kan gaan overkomen, en geeft hiervoor ook zeer goede aanwijzingen. Dit artikel is een samenvatting van een paar artikelen op de website van Paul LaViolette en zijn boek Earth Under Fire.

Tot 1980 werd in de wetenschappelijke wereld altijd gedacht dat de kern van een galaxy (melkweg) elke 10 tot 100 miljoen jaar een keer actief wordt (explodeert) en dan ongeveer een miljoen jaar actief blijft. Omdat de kern van onze eigen melkweg op dit moment rustig lijkt, geloofde men dat onze kern zeker nog een tiental miljoenen jaren rustig zou blijven. In 1977 verklaarde een Nederlandse astronoom Jan Oort al dat onze melkweg kern nog binnen de laatste 10.000 jaar al een keer actief is geweest.
In zijn proefschrift in 1983 stelt LaViolette de hypothese dat melkweg kern explosies elke 10.000 jaar plaatsvinden en honderden to duizenden jaren duren. Hij was de eerste die suggereerde dat er zo een korte tijd tussen de melkweg kern explosies zit en dat onze eigen melkweg kern ook een dergelijke frequentie in zijn explosies heeft. Dit wordt in 1988 door de astronoom Mark Morris officieel bevestigd, onze melkweg explodeert elke 10.000 jaar en die gebeurtenissen duren gemiddeld elk 100 jaar.
In 1980 werd gedacht dat de interstellaire magnetische velden de straling die vrijkomt uit een melkweg kern explosie vasthoudt en vertraagt zodat deze straling de Aarde pas miljoenen jaren later bereikt in de vorm van een constante lage achtergrond straling.
In zijn studie concludeert LaViolette dat de vrijkomende kosmische straling uit een melkweg kern explosie geheel niet beïnvloed wordt door de interstellaire magnetische velden en ongehinderd in rechte lijn vanuit de kern in de vorm van coherente bolvormige golven met lichtsnelheid naar buiten golven. Hij was de eerste die sprak over "Galactische supergolven". In 1985 ontdekten wetenschappers dat de Aarde voortdurend bedolven wordt onder lichtdeeltjes van X-ray pulsars die met een snelheid van het licht 25.000 lichtjaren gereisd hebben voordat ze op de aarde botsen. In 1997 ontdekten astronomen een sterke gamma straling die vanuit een ander melkwegstelsel in een uitzettende bolvormige golf rechtstreeks ons melkwegstelsel doorkruisen. Dit is een exacte omschrijving van een soortgelijke Galactische Supergolf waar LaViolette het over heeft.
Tot deze tijd dachten wetenschappers dat de kosmische achtergrondstraling de laatste miljoenen jaren constant was in kracht, en dat intense bombardementen van straling zeer zeldzaam zijn, en wellicht maar een keer in de 30 miljoen jaren voorkomen als gevolg van een supernova explosie.
LaViolette concludeerde in 1983 dat een bombardement van galactische kosmische straling de aarde en ons zonnestelsel aan het eind van de laatste ijstijd (ongeveer 14.000 jaar BC) geraakt heeft. Ook suggereren zijn onderzoeksresultaten dat dergelijke galactische supergolf bombardementen al eerder de aarde geraakt hebben en verantwoordelijk waren voor de start en het eind van de ijstijden en de grote massa-uitroeiingen. Hij was de eerste die een steeds terugkerend bombardement van hoogfrequente kosmische straling suggereerde die steeds de aarde raakte. Een paar jaar later vonden archeologen sporen van beryllium-10 in de ijslagen van de polen. Dit geeft aan dat de kosmische straling op de aarde in de laatste ijstijd heel sterk was en dat galactische supergolven de aarde regelmatig geraakt hebben in de afgelopen tijden.
Vroeger dacht men dat de ruimte rond ons zonnestelsel stofvrij was. LaViolette suggereerde dat grote hoeveelheden interstellaire stof en bevroren brokstukken rond ons zonnestelsel zweven net buiten de heliopause ruimte en een reservoir vormen dat grote hoeveelheden stof leverde in voorgaande prehistorische galactische supergolf gebeurtenissen. Deze stofwolk is bevestigd door IRAS en in 1988 bevestigde de astronoom Aumann zelfs dat de dichtheid van die stofwolk zelfs 500x groter was als ooit ingeschat was. Die stofwolk heet tegenwoordig de Kuiper Belt, en begint net buiten de baan van Neptunus. In 1995 ontdekte de Ulysses satelliet dat die stofwolk zelfs al net buiten de baan van Saturnus begint.
Men dacht altijd dat de aarde in een vrij rustig en schoon gedeelte van de ruimte lag en dat er relatief zeer weinig stof in ons zonnestelsel terecht kwam. Echter LaViolette kwam met de theorie dat toen er door die stofwolk een galactische supergolf stroomde aan het eind van de ijstijd, dat die stof en rommel ons zonnestelsel in geduwd is. Om dit te testen maakte hij een plan om het poolijs te gaan onderzoeken op stukjes ruimtestof. In een volgend onderzoek vond hij hoge concentraties van iridium en nikkel in zes van de acht poolijs monsters, en dat wijst op kosmisch stof. Dit toont aan dat de galactische supergolven in het verleden ook ons zonnestelsel geteisterd hebben. In 2000 demonstreert LaViolette dat de zuurlagen die ze vonden in 15.850 jaar oud zuidpoolijs fluctueren in sterkte met de 11 jaar zonnecyclus periode en toont daarmee nogmaals aan dat dit stof uit de ruimte komt. Ook toont dit aan dat de zon hier invloed op heeft. Ook ontdekten ze dat deze instroom van ruimtestof samengaat met het eindigen van ijstijden, dus geeft een extra aanwijzing dat het ruimtestof en de zonnecycli verantwoordelijk zijn voor het beëindigen van ijstijden. Ook ontdekt men dat de zon actiever wordt als er veel ruimtestof instroomt, en dat de zon zeer actief wordt tijdens een galactische supergolf passage.
Vroeger dachten geleerden dat de Allerod-Bolling opwarming en de daaropvolgende Jonge Dryas koude periode aan het eind van de laatste ijstijd alleen beperkt was tot Europa. Zij namen aan dat er geen globale opwarming was, en dat het ijs in het noorden niet gelijk smolt met het ijs in het zuiden, en dat de opwarming van het noorden samenging met een afkoeling van het zuiden. LaViolette demonstreerde echter in 1983 dat de laatste ijstijd beëindigd werd door een 2000 jaar lange globale opwarming. Die werd weer gevolgd door een globale terugkeer naar een nieuwe ijstijd. Hij toonde ook aan dat het smelten van de ijskap in het noorden en in het zuiden tegelijk ging en veroorzaakt werd door kosmische gebeurtenissen. Later werd dit bevestigd door verschillende andere wetenschappers.
Men dacht altijd dat de zon al honderd miljoen jaar lang in deze rustige toestand was. Echter in 1978 ontdekte NASA astronauten een rots op de maan die aangaf dat 16.000 jaar geleden de stralingsintensiteit op de maan 50x zo sterk geweest is als nu en dat dit samenviel met het terugtrekken van de ijskappen op aarde. In die tijd begreep men nog niet de samenhang hiervan. LaViolette stelde dat binnenkomend ruimtestof de zon doet opvlammen tot een grote continue vuurzee. Bovendien zegt hij dat er een keer een zo grote vuurbal was dat die de aarde en de maan geraakt heeft en het oppervlakte geschroeid heeft, met als gevolg snel smelten van het ijs, grote overstromingen en massale uitroeiing van vele soorten. De intensiteit van de zonnevlam was toen 1000x de huidige gemiddelde sterkte. Inmiddels is door astrologen bevestigd dat dit ook in andere sterrenstelsels voorkomt. Ook is door geologen bevestigd dat er op vele plaatsen op aarde en zwarte laag gevonden is in de grond, die hierdoor verklaard wordt.
Wetenschappers waren het er over eens dat omkering van de magnetische polen van de aarde veroorzaakt werd door interne oorzaken, instabiliteiten van de omwenteling van de aarde enzovoorts. Zij dachten tevens dat een omwenteling honderden jaren duurde veroorzaakt door de trage beweging van het magma in de kern van de aarde. LaViolette echter stelt dat poolwisselingen veroorzaakt worden door kosmische straling golven. Hij stelt dat als er een galactische superstorm plaatsvindt, de ruimtestof die in ons zonnestelsel wordt geduwd de zon opstuwt tot grote activiteit, en dat er zonneuitbarstingen komen die 1000 maal sterker zijn als gemiddeld. Bovendien zegt hij dat die kosmische straling van de zon opgesloten wordt in het magnetisch veld van de aarde, en een ring om de evenaar kunnen vormen met een tegengesteld magnetisch veld, dat er op zijn beurt weer voor kan zorgen dat het magnetisch veld van de aarde gecompenseerd wordt en makkelijk om kan slaan. En dat kan in een periode van dagen plaatsvinden. Geologen hebben in lava lagen ontdekt dat inderdaad het magnetisch veld van de aarde wel 8 graden per dag kan verschuiven. En dat bevestigt de beweringen van LaViolette dat poolwisselingen heel snel kunnen gaan. Ook is het idee dat de oorzaak kosmische straling is, is nu algemeen geaccepteerd.
LaViolette zegt dat een supergolf die geproduceerd wordt door een uitbarsting van het galactische centrum vooraf gegaan wordt door een zeer sterke gamma straling puls, 10.000 keer sterker dan wat er van een supernova explosie komt. Hij maakt duidelijk dat deze uitbarsting alle electronen uit onze boven atmosfeer stript en dat induceert een zeer sterke electromagnetische golf, die net als een EMP zeer ernstige consequenties voor onze samenleving kan hebben. Alle satellieten worden verwoest, TV, radio en telefonie zal ernstig gestoord worden, daarnaast krijg je stroompieken op het net, dat allerlei apparatuur zal vernielen. Sinds 1989 waarschuwt LaViolette voor de gevolgen van dit astronomische fenomeen. Hij zegt dat ons galactische centrum elke 500 jaar een minder intense maar toch zeer verwoestende gamma uitbarsting heeft en dat we nu al over tijd zijn voor de volgende. Dit was de eerste keer dat er een waarschuwing voor een ernstige gamma uitbarsting geuit werd.
In 1998 werd een 5 minuten lange gamma puls gemeten die ontvangen werd van een melkwegstelsel 20.000 lichtjaren ver van de onze verwijderd. Toch was deze gebeurtenis sterk genoeg om ernstige verstoring te veroorzaken in onze satellieten en in tenminste twee ruimtevaartuigen de instrumenten deed uitgaan. Astronomen bevestigen dat als deze gamma puls uit ons eigen galactische centrum gekomen zou zijn, dat dit serieuze effecten op onze samenleving gehad zou hebben, daarmee de waarschuwing van LaViolette ondersteunend.
Tot die tijd waren geschiedkundigen en culturele antropologen zich niet bewust van het feit dat de oude volkeren in mythen de lokatie van het Galactisch Centrum wisten en zelfs associeerden met catastrofe cycli beschreven in de mythen. In 1979 ontdekte LaViolette dat het Galactische Centrum zich bevindt tussen Boogschutter en Schorpioen, en kwam hij op het idee van explosieve uitbarstingen op een specifieke datum in het verleden, 13.865 ± 150 jaar BC die ook gecodeerd is in de Egyptische Dendera zodiac. Ook ontdekte LaViolette dat in allerlei mythe en overlevering gesproken wordt over kosmische straling vanuit het Galactische Centrum die een catastrofisch effect op de aarde en het zonnestelsel hebben en dat die straling cyclisch is met als meest recente keer het eind van de laatste ijstijd. Hij schreef die ideeën op in zijn boeken Beyond the Big Bang en Earth under Fire. In dat laatste boek verbond hij tevens de Maya cosmologie en de grote wereld tijdperken met de galactische supergolven vanuit het galactische centrum. Deze verbindingen ontdekte hij in 1987.

In 1998 kwam er bevestiging in de vorm van John Mayor Jenkins, die in zijn boek Maya Cosmogenesis 2012 zijn onderzoek presenteerde dat de overlevering van de Maya gaat over een Galactisch Centrum en specifiek gericht is op het passeren van dat punt in 2012, wat het eind van het huidige Wereld Tijdperk aangeeft. Jenkins was niet bekend met LaViolettes werk in die tijd, dus kan zijn werk beschouwd worden als een onafhankelijke bevestiging. Jenkins heeft veel onderzoek gedaan naar alle referenties naar het Galactische Centrum, maar heeft zich niet beziggehouden met het thema van Galactische Explosie en catastrofes op aarde wat LaViolette ontdekt had.
LaViolette ontdekte in 2000 dat de grootste stofconcentratie in het poolijs van buitenaardse afkomst was en dateerde die stoflaag op 13.880 BC tot 13.785 BC, wat correspondeert met de datum die in de Dendera zodiak gecodeerd was als aankomst van de galactische supergolf.
In zijn boek Earth Under Fire toont LaViolette aan dat de Piramides in Giza een waarschuwing vormen en aangeven dat de volgende Galactische Supergolf in 2012 verwacht wordt!
In 1979 ondekte LaViolette de boodschap in de Egyptische Denderah en in 1983 schreef hij zijn proefschrift na 4 jaar wetenschappelijke studie. Daarna publiceerde hij zijn boeken Beyond the Big Bang en Earth Under Fire, waarin hij elke poging benutte om zijn bevindingen wetenschappelijk te staven en logisch te onderschrijven. Helaas begonnen in 1991 diverse personen te schrijven over een soortgelijk thema van het arriveren van een energiegolf uit het galactische centrum, claimend dat zij deze informatie hadden gekregen uit channelingen met buitenaardsen. Helaas hebben zij die informatie niet gestaafd door onderzoek en rede, maar in plaats daarvan gemengd met allerlei andere verhalen en mythen en als zodanig aan het grote publiek gepresenteerd. Hieronder volgen enkele voorbeelden daarvan:
In 1981 schrijft Shirley Kemp een artikel over de "Fotonen Band" in het Australische Internationalse UFO Research Society tijschrift, en later in het Nexus tijschrift. Kemps artikel concentreert zich op de Pleiaden als bron van de fotonenband en noemt niet het Galactische Centrum. Het mixen van het fotonband concept met het idee van het Galactische Centrum zou later komen door andere auteurs als Robert Stanley en Barbara Hand Clow. Kemp beschrijft de fotonband als een ring van energie die om de Pleiaden cirkelt en net buiten ons zonnestelsel is. Zij claimt dat die fotonenband in 1961 al ontdekt was door satelliet observaties van de Pleiaden. Feitelijk is er helemaal geen observatie van de Pleiaden geweest, en zou er ook geen satelliet gemaakt kunnen worden die dat soort observaties zou kunnen doen. Ook is er helemaal geen bewijs voor zo een fotonenband vanuit observaties vanaf de aarde. Daarnaast beweert Kemp dat ons zonnestelsel in 24.000 jaar een complete omloop maakt rond de ster Alcyone in het cluster van de Pleiades en daarbij twee keer door die fotonenband kruist, steeds 2000 jaar in die band gevolgd door 10.000 jaar buiten de fotonenband. Daarbovenop beweert ze dat in de tijd dat de aarde in die fotonenband kruist, de huidige dag/nacht cyclus eindigt en vervangen wordt door een periode van 2000 jaar licht waarin gedurende die tijd de mensheid getransformeerd wordt tot een ras van spiritueel verlichtte "Atmosferianen". Wat betreft dat ons zonnestelsel een baan om de Pleiaden zou beschrijven, dat idee is absoluut absurd. De Pleiaden liggen 400 lichtjaren ver weg in het Taurus stelsel, dus zou een baan om de Pleiaden noodzakelijkerwijs maar liefst 2500 lichtjaren groot zijn. En als wij de baan dan in 24.000 jaar zouden moeten doorlopen, dan zou ons zonnestelsel met een snelheid van 1/10 van de lichtsnelheid moeten gaan, dat is 1000 keer sneller dan de baan van de aarde om de zon. Als dat waar zou zijn zou je een ernstig parallax effect moeten merken, en daar is geen sprake van. Bovendien zou de massa van Alcyone een miljard keer die van onze zon moeten zijn, en zou daarmee groter zijn zelfs dan het Galactische Centrum zelf. Feitelijk is er helemaal geen enkel bewijs dat er ook maar iets om Alcyone draait. Het hele idee van die fotonenbelt is komisch ware het niet dat zoveel mensen het opgepakt hebben en deel gemaakt hebben van hun werkelijkheid. Je kunt nog meer gefundeerde kritiek op Kemps publicatie vinden op geocities daar kun je vinden dat het tijdschrift waarin Kemp publiceerde zich geheel distantieert van haar uitspraken en zelfs niet haar adres wil geven. Niet echt betrouwbaar dus...
In de zomer van 1991 schreef Robert Stanley een artikel in Unicus met als titel "De fotonen zone: de toekomst van de aarde verlicht". Zijn artikel combineerde het concept van de fotonenband met uitbarstingen vanuit het Galactische Centrum en dat kwam heel dicht bij het concept van supergolven van LaViolette. Volgens Stanley is de fotonenband iets wat vanuit het Galactische Centrum ontstaat, en tegelijkertijd weer stationair, dus dat zijn tegengestelde beweringen. Daarnaast beweert hij dat ons zonnestelsel af en toe door die fotonenband gaat als gevolg van een 26.000 jarige baan die het schijnbaar volgt. Wetenschappelijk is hier echter geheel geen bewijs voor, alleen voor het feit dat onze zon in een baan loopt om het Galactisch Centrum (Sagitarius A) in ongeveer 200 miljoen jaar. En dat Galactische Centrum bevindt zich precies aan de andere kant van de Pleiaden. Schijnbaar kopieert Stanley weer informatie van Kemp. Op haar beurt kopieerde Barbara Hand Clow weer informatie van Stanley. Zo gaat de mythe verder...
In haar boek De Pleiadian Agenda, gechannelt door Barbara Hand Clow in 1994, propageert Barbara het idee van de fotonenband verder, nu met het Galactische Centrum als bron, die ze in het boek verwart met Alcyone. Volgens Barbara heeft ze deze informatie doorgekregen van een entiteit Satya, afkomstig van de Pleiaden. Ook zou volgens die entiteit de Pleiaden voortduren in die fotonenband liggen. Om de verwarring maar te vergroten. De werkelijkheid is dat Barbara Hand Clow in 1991 de redacteur was van een new-age uitgeverij Bear and Company. LaViolette stuurde haar in 1991 het manuscript van zijn boek Beyond the Big Bang en een eerste hoofdstuk van Earth Under Fire, in de hoop dat Bear and Company het zou gaan uitgeven. Maar omdat Bear and Company het boek in een andere vorm wilde gaan uitgeven, heeft LaViolette zich teruggetrokken en een andere uitgever genomen. Een paar maanden later begon Barbara de entiteit Satya te channelen en dat leidde tot de uitgave van haar boek De Pleiadian Agenda een jaar later. In dat boek noemt Barbara referenties naar Shirley Kemp en Dr Stanley, maar juist niet naar LaViolette, van wie het zeer duidelijk was dat ze voorkennis had.
Er zijn nog meer anderen geweest die deze informatie genomen en vervormd hebben, en het doel hiervan is niet altijd even duidelijk. Verwarring, en wellicht doelbewuste miscommunicatie zorgen er in ieder geval voor dat deze belangrijke ontdekkingen van LaViolette niet echt bekend zijn bij het grote publiek. Ik hoop echter dat dit artikel veel verduidelijkt, en in ieder geval laat zien wat er gaande is in de wetenschap en ook in de new-age wereld.
Je kunt de bronnen van dit artikel vinden op de website van Paul LaViolette hier en hier.

René
Je kunt meer informatie van Paul LaViolette vinden op zijn website www.etheric.com
Dit artikel is geschreven door René van